Fracturen bij kinderen: wanneer is (kinder)fysiotherapie geïndiceerd?

4 jul 2019
Onlangs is de multidisciplinaire richtlijn ‘Fracturen bij kinderen’ verschenen. Op initiatief van de Nederlandse Vereniging van Heelkunde (NVvH) is in 2016 gestart met de ontwikkeling van deze richtlijn. Namens het KNGF en de NVFK heeft Marleen Schuuring de (kinder)fysiotherapie vertegenwoordigd in de werkgroep.

Fracturen bij kinderen komen veel voor

Gezien het ontwikkelproces en het snelle herstelproces van kinderen bestond de behoefte aan een richtlijn specifiek gericht op de behandeling van de meest voorkomende fracturen bij kinderen: proximale en distale humerus-, onderarm-, pols-, femurschacht-, onderbeen- en enkelfractuur. Dit heeft geresulteerd in de richtlijn ‘Fracturen bij kinderen (2019)’ welke door zowel het KNGF als de NVFK geautoriseerd is.

In verband met de aanwezigheid van een actieve groeischijf worden fracturen bij kinderen in principe altijd conservatief behandeld. Er is veelal geen of nauwelijks wetenschappelijke literatuur beschikbaar over de effectiviteit van (kinder)fysiotherapie bij deze doelgroep. De werkgroep achtte de rol en relevantie van (kinder)fysiotherapie dusdanig, dat fysiotherapie in elke aanbeveling van de verschillende typen fracturen is opgenomen.

In de behandeling van kinderen met deze fracturen wordt dan ook geadviseerd (kinder)fysiotherapie te overwegen wanneer er sprake is van een afwijkend beloop, bewegingsangst, co-morbiditeit en/of beperkingen in activiteiten en/of participatie in het dagelijks leven van het kind. De richtlijn bevat daarnaast een specifieke module over (kinder)fysiotherapie en revalidatie gericht op indicaties en gevolgen van fracturen.

Je vindt deze richtlijn op de richtlijnenwebsite van de NVFK.

Trefwoorden: